Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen.(Johannes 4: 3 en 4)

Toen Jezus hoorde dat aan de farizeeën verteld werd dat Hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes 2– Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, 3verliet Hij Judea en ging weer naar Galilea. 4Daarvoor moest Hij door Samaria heen. 5Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef Mij wat te drinken.’ 8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) 10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’ 11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt U dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, 14maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19Daarop zei de vrouw: ‘Ik begrijp dat U een profeet bent, heer. 20Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ 21‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. 22Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden. 23Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, 24want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid.’ 25De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen,’ (dat betekent ‘gezalfde’) ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ 26Jezus zei tegen haar: ‘Ik ben het, degene die met u spreekt.’
(Johannes 4, 1-26)
Jezus kiest een ongebruikelijke route. Op het stille middaguur ontmoet Hij de Samaritaanse vrouw bij de bron. Zij had haar redenen om op dat middaguur water te putten. Jezus vraagt haar om water voor Hem te putten. Ze raken in gesprek. Hij vertelt haar over het levende water. Het wordt een echte ontmoeting.
Soms worden we verrast door een ontmoeting met een onbekende. De Geest leidt ons naar verrassende plekken en mensen. Op een vakantie, in de trein in gesprek met degene die tegenover je zit, een nieuwe buurvrouw of buurman in het dorp of in de straat. Ontmoetingen zijn betekenisvol wanneer je de tijd neemt voor elkaar, oprecht nieuwsgierig bent, luistert, en vanuit jouw kant vertelt over je eigen leven en je geloof in God. Laat je leiden door de Geest en sta open voor ontmoetingen.
Schikking
De ontmoeting bij de bron staat centraal in deze schikking. De grote vaas is gevuld met water en irissen en de middelgrote vaas met water als verwijzing naar de bron. De iris is driekleurig en is een drietallige bloem, een verwijzing naar de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
De kleuren van iris zijn blauw, wit en geel.
Blauw – de kleur van de lucht, de hemel en het water;
wit – de kleur van de onschuld
en geel – de kleur van het goddelijke.