4e zondag – Veertigdagentijd

Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht voor de wereld (Johannes 9:5)
1In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. 2Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ 3‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. 4Zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem die Mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. 5Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht voor de wereld.’ 6Na deze woorden spuwde Hij op de grond. Met het speeksel maakte Hij wat modder, Hij streek die op de ogen van de blinde 7en zei tegen hem: ‘Ga u wassen in het badhuis van Siloam.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien. 8Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9De een zei: ‘Ja, die is het,’ en de ander: ‘Nee, maar hij lijkt er wel op.’ De man zelf zei: ‘Ik ben het echt.’ 10Toen vroegen ze: ‘Hoe zijn je ogen opengegaan?’ 11Hij zei: ‘Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: “Ga naar Siloam om u te wassen.” Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.’ 12Ze vroegen: ‘Waar is die man?’ ‘Dat weet ik niet,’ zei hij.13Toen namen ze de man die blind geweest was mee naar de farizeeën.

 26Ze drongen aan: ‘Wat heeft Hij met je gedaan? Hoe heeft Hij je ogen geopend?’ 27‘Dat heb ik u toch al verteld,’ zei hij, ‘maar u luistert niet! Wat wilt u nog meer horen? Wilt u soms leerling van Hem worden?’ 28Nu vielen ze tegen hem uit: ‘Je bent zelf een leerling van Hem! Wij zijn leerlingen van Mozes. 29Van Mozes weten we dat God met hem gesproken heeft, maar van deze man weten we niet waar Hij vandaan komt.’ 30De man antwoordde: ‘Wat vreemd dat u niet begrijpt waar Hij vandaan komt, terwijl Hij mijn ogen geopend heeft. 31We weten dat God niet naar zondaars luistert, maar wel naar iemand die vroom is en zijn wil doet. 32Dat iemand de ogen opent van een man die blind geboren is – dat is nog nooit vertoond! 33Als die man niet van God kwam, zou Hij dit toch niet hebben kunnen doen?’ 34Toen riepen ze: ‘Jij, sinds je geboorte een en al zonde, wil jij ons de les lezen?’ En ze joegen hem weg. 35Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’ 36‘Als ik wist wie het was, heer, zou ik in Hem geloven,’ zei hij. 37‘U kijkt naar Hem en u spreekt met Hem,’ zei Jezus. 38Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer,’ en hij wierp zich voor Jezus neer. 39Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’
(Johannes 9, 1-13, 26-39)

 De blindgeborene wordt op wonderbaarlijke wijze genezen. Hij volgt de opdracht van Jezus en wast zichzelf. Dan kan hij weer zien. Jezus was gekomen om het werk van God zichtbaar te maken en het licht van de wereld te zijn. Letterlijk en figuurlijk. Blijkbaar stonden sommige buren van de blindgeborene en anderen niet open voor het wonder. Ze geloofden het niet. Sommigen herkenden Hem niet eens. Vreemd. Verstonden zij de tekenen van Jezus niet? Stonden zij niet open voor de verrassende werking van de Geest? De blindgeborene getuigde dat Jezus hem genezen had en daagde de anderen uit om leerling van Jezus te worden.
Laten we in onze rationeel ingestelde tijd het onmogelijke voor mogelijk blijven houden. De heilige Geest waaiert breed uit, binnen en buiten de kerk. Willen we ons laten verrassen?

Schikking
Het zichtbaar maken van het werk van God kan met wit bloeiende bloesemtakken die in de grote vaas worden geplaatst en die verbinding maken met de waaier. Veel bloesems zijn familie van de roos, een vijftallige bloem. Het getal 5 is het getal van de mens, de mens met zijn 5 zintuigen. Met die zintuigen kunnen we de ander zien, voelen en horen. Bloesems zijn bedoeld om vruchten te dragen, vruchten die ook door het doorwerken van de Geest kunnen ontstaan. In het kleine vaasje is een witte kaars geplaatst, teken voor het licht van de wereld.